De Gezondheisdienst voor Dieren schreef een periode lang elke maand een artikel voor De Paardenkrant.  Dr. Bram van Schaik publiceerde onder meer over hittestress bij paarden, een interessant stuk voor iedere eigenaar en ruiter. Lees het artikel hieronder.

Tropische temperaturen kunnen voor paarden een groot probleem opleveren. Op de juiste manier ermee omgaan is van levensbelang. Het is vooral noodzakelijk paarden de mogelijkheid te geven zich aan te passen aan de hitte. Bij bepaalde symptomen is het verstandig direct de dierenarts te waarschuwen.

Het is klimatologisch gezien een jaar zoals het hoort te zijn; de winter was koud en streng met heel veel sneeuw, het voorjaar was aardig en de zomer is warm. Op zich heerlijk, die hitte. Mits we ons eraan kunnen aanpassen. Hoe werkt het eigenlijk bij onze paarden?

De lichaamstemperatuur van een paard ligt tussen de 37,4 en 38°C. Een paard probeert altijd de eigen lichaamstemperatuur binnen deze waarden te houden. Bij een omgevingstemperatuur tussen de 5 en 25°C hoeft het paard zich niet aan te passen om deze lichaamstemperatuur te behouden. Temperaturen tussen de -40 en + 40°C worden door paarden prima verdragen. Mits ze de mogelijkheid hebben zich aan te passen.

Boven de 25°C heeft een paard het dus eigenlijk te warm. Maar het kan zich uitstekend aanpassen. Het verliezen van de wintervacht zorgt voor de zomerse (koelere) outfit van het paard en door te zweten koelt het extra af. Een paard zweet per dag al snel 15 liter! En dan hebben we het nog niet over extra zweten door warm weer of arbeid.

Arbeid
Gedurende het werk wordt er door de spieren van het lichaam veel warmte geproduceerd. Onder normale omstandigheden kan het paard zijn lichaamstemperatuur binnen bepaalde grenzen houden. Maar als het paard zichzelf niet genoeg kan koelen (bijvoorbeeld op een erg warme dag in combinatie met windstilte en een hoge luchtvochtigheid), dan kan die lichaamstemperatuur teveel oplopen. Dat is hittestress: de situatie waarbij het paard nadelige gevolgen ondervindt van de klimaatomstandigheden op dat moment. Als de lichaamstemperatuur teveel oploopt, kunnen allerlei enzymprocessen verstoord raken en organen uitvallen. Is uw paard na arbeid sloom, wil het niet drinken, heeft het een hoge ademhaling (vaker dan 30 ademteugen per minuut) en een hoge temperatuur (40°C en hoger), raadpleeg dan ALTIJD uw dierenarts.

Koelen
Om het paard af te koelen na werken op een warme dag is allereerst het droogstappen van het paard belangrijk. Neem hiervoor beenbeschermers, zadel en chabrak/pads af. Een kwartier droogstappen is het minimum. Daarna sproeien met een slang koud of warm water en direct met het zweetmes het water eraf trekken. Het gaat er immers om het paard af te laten koelen door het verdampen van het water, dus het is niet belangrijk of er koud of warm water wordt gebruikt. Bij een zeer hoge luchtvochtigheid werkt dat niet, omdat het water dan nauwelijks verdampt en zelfs een ongewenste extra isolatielaag vormt. Dan moet dus meerdere keren achter elkaar met koud water worden gesproeid, direct gevolgd door het verwijderen met het zweetmes, opnieuw sproeien en weer drogen met het zweetmes, etcetera. Totdat het paard is afgekoeld en het opgebrachte koude water niet meer wordt opgewarmd door het paard. De lichaamsdelen die het belangrijkst zijn om te koelen zijn hoofd, hals en benen omdat hier de bloedvaten vlak onder de huid liggen. Ook de achterhand is belangrijk, omdat hier de meeste bespiering zit die gekoeld moet worden. Vergeet niet het paard intussen zoveel mogelijk te laten drinken.

Gevoelstemperatuur
Een paard dat het warm heeft, moet die warmte ook kwijt kunnen raken. Bij het afstaan van de eigen warmte aan de omgeving is de omgevingstemperatuur een belangrijke factor. Maar ook de relatieve luchtvochtigheid en de windsnelheid. De combinatie van temperatuur, luchtvochtigheid en windsnelheid maakt de gevoelstemperatuur en bepaalt zo de vochtbehoefte van een paard.

Bij een verhoogde gevoelstemperatuur kan hittestress optreden. Als bijvoorbeeld de luchtvochtigheid erg hoog is (dus een erg verzadigde lucht) zonder wind, kan het zweet niet makkelijk verdampen en dus kan de warmte niet gemakkelijk afgegeven worden. Als het wel waait, dan zorgt dat voor extra verdamping, wat zorgt voor warmte-afgifte en dus een verkoelend effect.

Drinkwater
Het is van essentieel belang dat een paard altijd de beschikking heeft over voldoende en smakelijk water. Een volwassen paard kan bij zwaar werk in één uur 10-15 liter vocht verliezen door zweten! Dit betekent dat een paard bij arbeid dus zeker een emmer water per uur moet drinken! Het aanbieden van licht gezouten water heeft de voorkeur (= halve eetlepel keukenzout per 40 liter water). Hiermee vult u ook de mineralen aan die het paard met zweten verliest. Het is bekend dat paarden meer drinken van lauw, dan van koud water. Koud water vinden ze wel lekkerder, maar dit geeft kans op koliek. Paarden drinken het liefst uit open bakken.

Vochtbalans
De vochtbalans van een paard is goed zelf in de gaten te houden. Een paard met uitdroging is lusteloos en zijn tandvlees en oogslijmvlies worden rood. Een goede test is om even een huidplooi aan de zijkant van de hals op te tillen. Als de plooi langer dan één á twee seconden blijft staan, dan is het paard uitgedroogd. De urine van een uitgedroogd dier wordt erg donker van kleur. Bij één van deze verschijnselen is het verstandig om contact op te nemen met een dierenarts.

Voldoende blijven eten is eveneens belangrijk. Te weinig voeropname heeft invloed op de hoeveelheid energie, eiwit en mineralen die het paard binnenkrijgt. De voeropname moet de basisbehoefte blijven dekken, plus de elementen die het paard extra verliest bij zweten.

Box en weide
Het is altijd belangrijk dat een paard bij felle zon de gelegenheid heeft om in de schaduw te gaan staan. Dat hoeft niet per se een stal te zijn. Indien het paard wel in een stal staat, mag de staltemperatuur niet veel afwijken van de buitentemperatuur. Dit verschil moet eigenlijk binnen de 4-5 graden blijven. Verkoeling is te verkrijgen door (dak en gevel van) de stal te isoleren. Maximale ventilatie is bij warm weer aan te raden. Zet alles maar open. Als er niet voldoende luchtverversing is, is een mechanische ventilatie te overwegen.

Alleen vernevelen, zonder een adequate luchtstroom in de stal, kan een averechts effect hebben, omdat dan de luchtvochtigheid wordt verhoogd. Een vochtige, warme stal, voerbak en boxbedekking zijn een bron voor bacteriën, schimmels, uitstoot van schadelijke stoffen en andere narigheid.

Een andere manier om hittestress te voorkomen is met siëstabeweiding: het paard gaat om 7 uur ‘s ochtends naar buiten en om 12 uur weer naar binnen. Op die manier staat het toch buiten, krijgt het op tijd beschutting en neemt het niet in de middag en avond, als het gras veel suiker bevat, veel gras op. Bovendien heeft het dan ook minder last van de vliegen, die zijn met name gedurende de avond actief.

Transport
Een extra punt van aandacht rondom hittestress is het transport. Een rit in een trailer kost een paard energie, het moet namelijk continu balanceren. Daarvoor is veel spierarbeid nodig. Bovendien is de ventilatie in een trailer vaak niet goed. Als de reis langer dan drie uur – of langer dan twee uur in een warme omgeving – duurt, moet een pauze worden ingelast waarin het paard water en nat hooi tot zich kan nemen. Na de reis is een half uur hersteltijd nodig, voordat hij aan het werk moet.

Na de wedstrijd is het belangrijker om lauw water te geven dan krachtvoer. Zet een paard ook niet bezweet in de stal. Stap het rond totdat het op adem is, spoel het daarna af en neem het af met een zweetmes. Laat het vervolgens uitstappen om te voorkomen dat het paard teveel afkoelt.

Voor een wedstrijd is het van belang dat je paard ’s nachts voldoende ruwvoer krijgt. Geef vervolgens het krachtvoer minstens twee uur voor hij in de trailer gaat (en tenminste drie uur voor de wedstrijd). Het is prima om wat hooi in een hooinet in de trailer te hangen voor onderweg.

Algemeen
De temperatuur op zich is niet zo belangrijk, het is vooral de combinatie van hoge temperatuur en hoge luchtvochtigheid die, net als bij mensen, de problemen geeft. Rijden is dan zowel voor ruiter/amazone als voor het paard niet aan te raden.

Bomen en een briesje doen ook wonderen, eventueel na te bootsen door opstallen in een stal met een goed geïsoleerd dak en een grote ventilator in de gang.

TIPS BIJ HITTE
– Zorg voor schaduw
– Zorg altijd voor voldoende vers en schoon water
– Zet paarden bij erg warm weer niet te hard aan het werk
– Houd het gedrag goed in de gaten en controleer regelmatig of hij genoeg drinkt
– lauwwarm, licht gezouten water is beter dan koud water
– laat bij gebruik van water uit eigen bron dit onderzoeken op geschiktheid als drinkwater voor uw paard.
– laat het dak en de gevel van de stal isoleren
– zorg dat de box schoon en droog is