In februari 2013 publiceerde Bit een artikel dat Wendy schreef over de springtrainingen die ze bij Albert Voorn volgde, mogelijk gemaakt door Rinus Blom. Het leverde veel positieve reacties op. Hoogste tijd om het artikel nu hier te plaatsen:

Leren van de allerbeste
Als je paardeneigenaar vraagt of je niet een keer bij Albert Voorn wil trainen, dan is daar toch maar één goed antwoord mogelijk? Mijn hart maakte een sprongetje toen Rinus Blom met zijn voorstel kwam. ‘Leren van de allerbeste’, is één van zijn motto’s en beter leren rijden wil ik maar al te graag. Een paar dagen later belt Rinus: “Albert weet ervan, maak maar een afspraak met hem.” En zo geschiede…

“Móet u komen trainen of wílt u komen trainen?” Het is direct de eerste vraag die Albert Voorn mij aan de telefoon stelt. Normaal gesproken ben ik altijd degene die de vragen stelt. Albert behoorde altijd al tot mijn favoriete ruiters om te interviewen. Hij is scherp, gepassioneerd met de sport en staat altijd voor zijn mening. De vraag die hij stelt, typeert hem. Mijn vertaling is: ‘Als je móet komen trainen, blijf dan maar thuis.’ Zoals ik hem ken verwacht hij honderd procent inzet, net als dat hij dat van zichzelf eist.

Vroeg uit de veren
De allereerste training was eind december. De tweede staat gepland op 22 januari. Als Bit er oren naar krijgt, strikken ze me voor dit verhaal. De wekker gaat. Het is 5.15 uur in de ochtend. Zo vroeg opstaan is niet mijn sterkste punt, maar ik spring uit bed en rijd naar stal om de paarden te voeren. Ik heb om 9.00 uur op de Golden Dream Stables in Evertsoord afgesproken, 150 kilometer vanaf de stal in Varsseveld. Eigenlijk een rottijd, dat wordt filerijden over de A50 en dat bleek ook wel. Twee uur en 20 minuten later later rijd ik door de poort. Op tijd, dat wel. Je moet er wat voor over hebben.

Dit keer geen onthaal met koffie met Amaretto, zoals de eerste keer, maar een ijverige Albert en Irma Voorn die Tobalio in de binnenhal aan het trainen zijn. Albert’s topper heeft een wedstrijdstop, maar ziet eruit als een volbloed en springt fantastisch. “Ik ben veel in het buitenland om les te geven. Irma is degene die de paarden traint en als ik thuis kom, dan spring ik ze”, vertelt Albert. Irma zet koffie en als eigenaar Rinus Blom zich meldt, ga ik Blom’s Alina (v. Tangelo van de Zuuthoeve) opzadelen.

Ik heb dezelfde twee paarden meegenomen als de eerste keer. Als referentiekader. Hopelijk kan ik verbetering laten zien. Het kriebelde wel toen die eerste les vaststond. Ik heb vaak genoeg gehoord: ‘Albert is een geniale ruiter, maar zijn systeem is niet na te rijden.’ Zelf reed ik jarenlang alleen maar dressuur tot en met ZZ-licht niveau en huppelde ik af en toe in de klasse B rond, maar mijn oog voor de sprong was ver te zoeken. De klasse L was al snel geen succes. Toch fascineerde het springen mij, dit wilde ik onder de knie krijgen. Ik beet me erin vast. We zijn ruim drie jaar verder en dankzij de trainingen met Kevin Gielen heb ik mijn eerste 1.40m parcoursen erop zitten met de zelfopgeleide Blom’s Alina.

Beenligging
Les 1 van Kevin was: Hielen laag en je onderbeen wat naar voren. Bij de inleiding stipt Albert Voorn de beenligging ook aan. “Benen naar voren als je geneigd bent om ze naar achter te doen, maar ook al je langzamer wil zodat je niet knijpt met je spoor en klemt met je bovenbeen.” Deze beenligging geeft ook veel meer balans! Voor als je paard een keer aan je hand trekt of in de landing na de sprong. Mijn onderbenen vlogen eerder boven de sprong richting zadeldekje, waarna ik drie, vier galopsprongen nodig had om mezelf en paard weer bij elkaar te rapen. Mijn houding en zit vind ik belangrijk. Hoe beter, des te meer balans voor jezelf en je paard. Albert Voorn is zelf een stylist en checkt hoe ik zit. “Linkerhand rechtop, de knokkel van je duim is het hoogste punt van je hand”, hoor ik in de eerste les een paar keer voorbij komen. Aargh, blijkbaar is mijn linkerhand een eigen leven gaan leiden. “Als je je handen rechtop houdt, kun je sterker inwerken als je je paard een keer moet tegenhouden.”

Ik moet wennen aan het losrijden. Alina loopt voor mijn gevoel fijn aan de teugel, maar Albert grijpt na een half rondje draf al in. “Neem je teugels in de buitenhand en rijd eerst zo eens rond.” Alina’s hoofd gaat omhoog. “Dit is de natuurlijke houding van jouw paard. Hier loopt ze het liefst in. Laat haar eerst zo een beetje warmlopen. Niets van haar vragen.” Als je gewend bent om voorwaarts-neerwaarts los te rijden, voelt dit verschrikkelijk. In galop hetzelfde. Albert laat me opnieuw met één hand rijden. Op de volte mag de binnenteugel wat korter. Ik kan weinig inwerken zo, maar merk dat Alina heel stil en licht in haar aanleuning wordt. Haar hoofd is wel veel hoger dan ik gewend ben, maar ze galoppeert de kleine voltes makkelijker. “Des te meer verzameling, des te hoger ze het hoofd zal dragen om haar balans te zoeken, dus sta dat ook toe.”

Staan bij remmen
Albert laat me veel overgangen rijden. In verlichte zit als ik de galop moet verruimen, rustig zitten als we weer terug in het basistempo zijn. En nou komt het: staan in de beugels bij een overgang terug. “Niet gaan zitten wat velen geleerd wordt, maar de rug ontlasten en het achterbeen de kans geven om ver onder het lichaam te treden. Op het moment dat je je lang maakt, moet je paard weten dat hij langzamer moet. Pas weer gaan zitten als je het gewenste tempo hebt bereikt en als de rug ontspannen is.” Weer een knop die in mijn hoofd ‘om’ moet.

Steeds moet mijn handhouding hoog blijven, zodat ik niet neerwaarts inwerk op de mond en het hoofd naar beneden ‘dwing’. De hoogte van de mond bepaalt de hoogte van de handhouding, legt Albert uit. “Vanuit de elleboog kun je een rechte lijn uittekenen naar de mond van het paard.” Als Alina zich ontspant buigt het hoofd af, nu met de nek als hoogste punt. “Heel goed. Nu blijft ze beter op het achterbeen lopen”, zegt Albert. “Als ruiter moet je zo min mogelijk invloed hebben op de natuurlijke wijze van bewegen en springen van een paard. Daarnaast is het de kunst om met zo min mogelijk hulpen veel te bereiken.”

Knijpbeweging sporen
Hij vraagt meteen waarom ik twee keer een beenhulp geef en nog niet de gewenste reactie heb. Ik spoor Alina een stuk forser aan, maar word meteen teruggefloten. “Dat was teveel. Nooit een schoppende beweging, maar een knijpbeweging met beide sporen tegelijk. Als je voelt dat je paard daarop blokkeert, direct loslaten en dan direct daarna herhalen. Totdat je paard wat gevoelig wordt op de spoor. Nu spant ze zich aan, zonder dat je impuls hebt opgewekt. Met minder, meer bereiken. En consequent blijven. Je doet A en je antwoord moet B zijn. Als je een bepaald tempo aangeeft, moet je paard dat vasthouden zonder dat je steeds blijft ondersteunen met je been.”

Met Blom’s Cavelien (v. Canabis Z), de merrie waarmee ik Z spring, gaat het meteen al makkelijker. Ik liet haar thuis tijdens het springen en op concours al met een hoge hoofd/halshouding lopen. Omdat ze een hete, gevoelige merrie is, laat Albert haar voor de eerste training eerst los in de binnenhal. Eerst de frissigheid eraf, dan lekker rijden. Thuis is het longeren voor het rijden sindsdien een standaard ritueel geworden als de paarden fris zijn.

Niet klemmen met binnenbeen
Stelling en buiging zijn speerpunten in het dressuurwerk bij Albert. Steeds het paard stellen in de richting waarin je heen gaat, ook direct na de sprong. In de tweede training werken we opnieuw veel op de volte. Alina valt in draf wat door m’n rechterbeen en ik neig dat op te lossen met mijn binnenbeen. “Terug in tempo, haar hoofd omhoog en de rechterhand wat naar je toe. In elk geval niet klemmen met je binnenbeen (speciaal dijbeen), maar los blijven in je lichaam.” Albert demonstreert alles letterlijk en figuurlijk met handen en voeten en als de galop aan bod komt, huppelt hij zelf ook door de binnenhal!

Het springen gaat fijn. Albert heeft pittige oefeningen voor ons in petto. In zijn 20 x 40 meter hal staan onder meer drie hindernissen van 1.20/1.30m hoogte op de AC-lijn waar ik in een slangenvolte overheen moet. Na elke sprong moet ik bij de hoefslag halthouden, weer aangalopperen, springen, halthouden, et cetera en ik sta versteld hoe makkelijk dat gaat. Door al het dressuurwerk reageert Alina enorm snel op de hulpen en heeft ze al veel meer balans dan tijdens de eerste training.

In één tempo
Cavelien galoppeerde nog niet eerder zo gesloten als nu, maar voor mijn gevoel ook wat teveel onder tempo als we een parcours rijden. “Is goed zo, niet veranderen”, zei Albert. “Durf een galopsprong extra te maken.” Ik voel dat Cavelien iets meer ritme nodig heeft om zich comfortabel te voelen en ineens staan we stil voor de hindernis. Ik probeer de slangenvolte opnieuw, maar de sprongen zijn wisselend en Cavelien raakt gespannen. Het loopt niet naar wens, ik mag even stappen. “De prioriteit is je concentratie vasthouden op de regelmaat van de galop. Je moet zo weinig mogelijk schakeling hebben met je paard, dus zo min mogelijk acceleratie naar de sprong toe. Probeer het parcours in één tempo te springen. De regelmaat van je galop brengt je automatisch in de goede afstand.” Ik concentreer me opnieuw, mag een tandje meer ritme houden en we rijden weer een fijn rondje, gevolgd door een geweldig compliment. “Dit was perfect. Dat is nou paardrijden! Je lijkt al een beetje een Albertinaatje.” Dat is nog eens een afsluiting.

Mag ik nog een keer terugkomen? “Ja, maar alleen als je zo je best blijft doen”, lacht Albert Voorn. We hebben een deal. Tot over m’n oren gemotiveerd, maar ook totaal uitgeput door alle concentratie rijd ik het erf af. Onderweg moet ik een tussenstop inlassen voor een bak koffie. Ik denk aan het huiswerk wat me te wachten staat en heb er zin in. Eén ding weet ik nu wel: degene die zegt dat het systeem van Albert Voorn niet na te rijden is, heeft vast zelf nooit bij hem getraind.

——————————–

Terugblik Albert Voorn:
Op de vraag hoe Albert Voorn op de trainingen terugkijkt is hij positief. “De trainer was heel tevreden vanwege het feit dat de amazone er alles aan doet om de informatie die de trainer geeft volledig in te vullen. Dat geeft de meeste voldoening als trainer. Je hebt mensen bij wie je een hoop moet herhalen en die het alsnog niet doen. Als ik tegen Wendy zeg: ‘Hand hoog’, dan brengt ze haar hand hoog. Als dat na drie rondjes inzakt omdat ze haar eigen systeem gewend bent, moet je het een keer herhalen. Dat is niet erg, als het daarna maar meteen opgepakt wordt.”

Wat zijn de grootste veranderingen die ze moest ondergaan? “Er waren geen grote veranderingen. De amazone zit bijna goed. Het zijn meer kleine details om een heel grote verandering te krijgen. Dat kom ik continu tegen tijdens het lesgeven. Hoe beter de ruiter rijdt, hoe belangrijker de details. Het is altijd zo dat als de ruiter doet wat ik zeg, het rijden makkelijker gaat. Waarom? Omdat we trachten het paard zo min mogelijk te hinderen en geen vragen aan het paard te stellen die voor het paard fysiek moeilijk zijn. Dit systeem van rijden vraagt wel een erg hoog concentratievermogen en dat is in het algemeen het allermoeilijkste voor de ruiter, de hoge vorm van concentratie op de details. Zelfs mijn zoon Vincent, die er normaal acht per dag rijdt, is helemaal leeg als hij hier vier paarden komt rijden. Dan moet hij even op de bank liggen”, lacht Albert Voorn.